Veel kleerkasten zijn slecht ingedeeld: te veel planken, te weinig hangruimte, of net omgekeerd. Met een slimme indeling krijg je meer bruikbare ruimte, zonder een grotere kast.
Begin bij je kleding
Leg alles eruit en kijk wat je hebt:
- wat hangt het best: hemden, jurken, jassen, broeken
- wat ligt het best: truien, T-shirts, jeans
- wat hoort in een lade: ondergoed, sokken, sportkleding, accessoires
Wat je een jaar niet gedragen hebt, mag weg naar een kringwinkel of kledingcontainer.
Hangruimte
- Kort hangen (ongeveer 100 cm hoog): hemden, blouses, gevouwen broeken. Twee roedes boven elkaar verdubbelen de ruimte.
- Lang hangen (ongeveer 150 cm of meer): jurken, mantels, lange jassen.
De meeste mensen hebben meer korte hangruimte nodig dan lange.
Planken
Stapels van ongeveer 25 à 30 cm hoog blijven overzichtelijk. Hogere stapels vallen om. Laat tussen de planken net genoeg ruimte om je hand te schuiven.
Lades
Kleine spullen verdwijnen op planken. In lades met verdelers blijven ze geordend. Binnenlades achter een kastdeur zijn handig voor ondergoed en sokken.
Gebruik de hoogte
Bovenaan in de kast is plaats voor dingen die je zelden nodig hebt: seizoenskleding, reisvalies, extra dekens. Bewaar ze in gesloten dozen of vacuümzakken, met een label.
Onderaan
Een schoenenrek of uitschuifbare schoenenlade onderin houdt de vloer van de kast vrij.
Seizoenswissel
Wissel twee keer per jaar zomer- en winterkleding. Wat niet in het seizoen is, gaat naar boven of naar een andere kast. Zo heb je dagelijks meer overzicht.
Dezelfde kleerhangers
Dunne, identieke kleerhangers nemen minder plaats in dan een mix van dikke houten en draadhangers, en geven meteen een rustiger beeld.


