Een kleerkast indelen zodat je alles terugvindt

Een volle kleerkast hoeft geen chaos te zijn. Met de juiste verhouding tussen hangen, leggen en lades krijg je meer plaats in dezelfde kast.

1–2 minuten
Een kleerkast indelen zodat je alles terugvindt

Veel kleerkasten zijn slecht ingedeeld: te veel planken, te weinig hangruimte, of net omgekeerd. Met een slimme indeling krijg je meer bruikbare ruimte, zonder een grotere kast.

Begin bij je kleding

Leg alles eruit en kijk wat je hebt:

  • wat hangt het best: hemden, jurken, jassen, broeken
  • wat ligt het best: truien, T-shirts, jeans
  • wat hoort in een lade: ondergoed, sokken, sportkleding, accessoires

Wat je een jaar niet gedragen hebt, mag weg naar een kringwinkel of kledingcontainer.

Hangruimte

  • Kort hangen (ongeveer 100 cm hoog): hemden, blouses, gevouwen broeken. Twee roedes boven elkaar verdubbelen de ruimte.
  • Lang hangen (ongeveer 150 cm of meer): jurken, mantels, lange jassen.

De meeste mensen hebben meer korte hangruimte nodig dan lange.

Planken

Stapels van ongeveer 25 à 30 cm hoog blijven overzichtelijk. Hogere stapels vallen om. Laat tussen de planken net genoeg ruimte om je hand te schuiven.

Lades

Kleine spullen verdwijnen op planken. In lades met verdelers blijven ze geordend. Binnenlades achter een kastdeur zijn handig voor ondergoed en sokken.

Gebruik de hoogte

Bovenaan in de kast is plaats voor dingen die je zelden nodig hebt: seizoenskleding, reisvalies, extra dekens. Bewaar ze in gesloten dozen of vacuümzakken, met een label.

Onderaan

Een schoenenrek of uitschuifbare schoenenlade onderin houdt de vloer van de kast vrij.

Seizoenswissel

Wissel twee keer per jaar zomer- en winterkleding. Wat niet in het seizoen is, gaat naar boven of naar een andere kast. Zo heb je dagelijks meer overzicht.

Dezelfde kleerhangers

Dunne, identieke kleerhangers nemen minder plaats in dan een mix van dikke houten en draadhangers, en geven meteen een rustiger beeld.